Het feest van Das en Mees

Uit: Het feest van Das en Mees

Kijken

Traag gaat de maan aan.
Mees vliegt De Eik in.
Van daaruit kan hij Das zien.
Haar snuit piept uit haar hol.
Loom loopt ze door het gras.
Rustig gaat ze op haar rug liggen.
Ze vouwt haar poten onder haar kop
en kijkt naar de maan.
Mees houdt het niet meer.
In een ruk vliegt hij naar Das.
‘Ik zag je liggen, Das.’
‘Dat weet ik,’ zegt Das.
‘Je ogen prikten in mijn lijf.’
‘Hoe vaak keek jij al naar de maan, Das?’
‘Dat tel ik niet, Mees.
Ik hou van de maan.
Maar hoe vaak keek jij al naar mij?’
‘Ik kan dat niet tellen,’ zegt Mees.
‘Want ik krijg er nooit genoeg van.’
Hij voelt de vier poten van Das.
Ze maken een warm nest rond zijn lijf.