Bram lepelt in zijn kom met cornflakes. De melk klotst over de rand heen.
“Kijk uit Bram,” zegt mama, “je morst.”
“Oh,” antwoordt hij en werkt tegen zijn zin zijn ontbijt naar binnen.
“Ben je ziek Bram?” vraagt mama bezorgd. “Voel je je niet lekker?”
“Ik wil niet weg,” zegt Bram met een dun stemmetje. “Ik wil niet verhuizen.”